
DE VIER SEIZOENEN VAN DE SMID
voor Karl Gellings
Metalen maan verlicht het waken,
ik heb de lamp gedoofd, maar door de luchter,
zware kroon en gietsel van een jaar,
sluipen de gestalten.Gehurkt of rechtop, lokken stil of in de wind,
handen die zich warmen boven vuur
of reiken naar een druiventros,
het gezicht naar verten.Is tijd op deze wijze
wel verlichting? Lieve kunstsmid,hoezeer leef je voort
in herinnering en zoeken.Paul J. Gellings Jr., Het oog van de egel, Amsterdam, Arbeiderspers, 1990

